Bestrijding eikenprocessierups

De overlast van de brandharen van de eikenprocessierups (EPR) start meestal in mei en loopt door tot en met augustus. Deze larve van een nachtvlinder legt haar eitjes in de toppen van vooral eikenbomen waar ze overwintert. Van april-begin mei komen de rupsen uit de eitjes. Aanvankelijk zitten ze hoog in de boom. Na een aantal vervellingen komen groepjes rupsen samen en vormen grote nesten op de stammen van eikenbomen. Deze nesten bestaan uit een dicht spinsel van draden, brandharen, vervellingshuidjes en uitwerpselen. Vanuit hun nesten gaan de rupsen ’s nachts in processie op zoek naar voedsel.

Gezondheidsklachten
Het venijn van de eikenprocessierups zit in de brandharen van de rups. Een volgroeide rups heeft er ongeveer 700.000! Deze haartjes zijn met het blote oog niet te zien. Met hun weerhaakjes dringen de pijlvormige brandharen bij aanraking gemakkelijk in de huid, ogen en luchtwegen. Contact met brandharen kan binnen een paar uur klachten veroorzaken, zoals (hevige) jeuk, bultjes, blaasjes, roodheid en ontsteking. De ogen kunnen rood en dik worden en/of ontstoken raken. Verder kunnen verschijnselen optreden die lijken op een verkoudheid: een loopneus, kriebel in de keel, hoesten, moeilijk slikken en kortademigheid. Daarnaast kunnen zich algemene klachten voordoen, zoals braken, duizeligheid, koorts en algehele malaise.

(foto van Paul Wensveen van de GGD IJsselland)

TERUG